





|
\Opperdoes \geschiedenis \Ontstaan van Opperdoes\
Ontstaan van Opperdoes
Volgens oude gegevens bestond in de Friese tijd een dorp uit een aantal rond een pleintje gebouwde hoeven.
In de heidense tijd was daar een altaar gebouwd en een dorpsput aanwezig.
Enkele bomen (linden) mochten niet ontbreken, daar de buren die gezamelnlijk het bestuur uitoefenden, heronder vergaderden.
Het geheel, meestal een terp, die met burries was aangelegd, was omgeven door een houten palissade (paalwerk).
De hoge ouderdom
van Thosa, dat is Doess, kan worden afgeleid uit het feit, dat Opperdoes vandaag nog het enige dorp in West Friesland is dat har
komvorm heeft behouden. Het is niet vast te stellen wanneer het dorp werd gesticht. Het schijnt dat deze gebieden, na een oudere
bewoning ongeveer 300 v. C. tengevolge van grote overstromingen bijna geheel verlaten zijn.
Tussen de 3e en de 6e eeuw ontstonden
weer terpdorpen. Van de 8e tot de 10e eeuw werden ontginningen in deze meestal woeste landen uitgevoerd. De hoeven werden gedurende
deze tweede terpentijd meestal op afzonderlijke hoogten (wierden) gebouwd, die later onderling door dijken zijn verbonden. Op deze
wijze ontstonden de zogenaamde lint of streekdorpen zoals bijvoorbeeld Twisk, eigenlijk een langgerekte dijk tussen de in 1633
bedijkte Bennemeer en de in 1632 bemalen Braackpoel (twistdik = tussendijk).
De terpen ook wel werven of kluften genaamd waren dus tijdens de zogenaamde terpentijd groter (een heel dorp) dan in de latere
terpentijd (afzonderlijke hoeven). Zo zal bijvoorbeeld de Hoge Werf (Kluiten) een hoeveterp zijn geweest. De Gouw daarentegen
een dorps of buurtterp (als het tenmisnste geen natuurlijke hoogte is geweest, wat ook voorkwam). Het schijnt dat De Tempel
een afzonderlijke hoogte of buurt is geweest. Tempel kan betekenen woud of offerplaats.
Als het waar is wat sommige overleveringen beweren, namelijk dat de Friese koningen in Opperdoes hun offerplaats hadden, heeft,
bij dit asing of oze, zoals gebruikelijk was bij een offerplaats een klein zonnetempeltje gestaan. Sommige menen dat de
offerplaats, op een hoogte op de Oude Stiek heeft gelegen. Aanwijzingen hierover zijn nog niet gevonden.
Het geheel is legendarisch maar gezien de situatie en de veldnamen in de omtrek niet geheel onwaarschijnlijk. De oude ga
of Gouw zou, deze lezing volgend, tussen de heilige eik en het konginsland hebben gelegen.
Hieraan zou dan in de Christelijke tijd de Kerbuurt zijn toegevoegd. In die vroege tijden bouwde men de Christelijke
bedehuizen namelijk indien mogelijk niet op de oude heilige plaatsen van de meestal in de open lucht offerende heidenen,
die uiteraard in de kersteningsperiode naast en tussen de aanhangers van het Christendom hebben geleefd en gewoond, maar opnieuw
opgeworpen kluften.
De oude offerhoogte bij de Tempel is later, toen de kerstening voorschreed vergeten geraakt ('t Vergeten). Deze buurt, die zich
schijnbaar geleidelijk aan heeft gemetamorfoseerd tot een vissersbuurt aan het waterje de Soppe moet met de Gouw, het oudste
gedeelte van het dorp zijn. Opgravingen zouden nog wel eens verassingen kunnen opleveren.
|