





|
\Opperdoes \geschiedenis \Verbindingen\
Verbindingen naar en met Opperdoes
Misschien liep eens de Zandweg van Opperdoes naar Medemblik langs de zuidkant van de sloot die nu nog Sande weg wordt genoemd.
De spoorlijn zou pas in 1887 worden aangelegd, toen kwam het Medemblikker padje aan de noordkant van de dijk, waarop de spoorstaven
werden gelegd, te liggen. Nog later, in de dertiger jaren van deze eeuw werd een kanaal, komende uit de Wieringermeer en
lopende naar de Westerhaven in Medemblik, gegraven en een sluis bij de oude Jeneverbrug gebouwd. De veiling, "De Eendracht" ten
oosten hiervan maakte van de oude sloot een breed water. Tweehonderd jaar voor de spoorlijn de isolatie van het dorp ten einde
bracht, werd de weg op de onder nummer II gepubliceerde kaart nog als een voetpad aangegeven. Dit pad liep vanaf het oosteinde
van Opperdoes, langs de zeeboezem naar de westerpoort in Medemblik. De Jeneverbrug overbrugde de Dijkgracht ongeveer bij hoeve en
uitspanning "Zeldenrust". Het laatste gedeelte volgde het voetpad vervolgens de Zeedijk. Opperdoes viel al sinds 1414 onder het
rechtsgebied van de stad Medemblik. Menigmaal zullen de Opperdoezers dan ook genoodzaakt zijn geweest een tocht langs deze weg
naar Medemblik te maken. De verbindingen waren in die tijden slecht. Met Twisk was er alleen verbindingen via een voetpad over
de Kluiten, langs de Suikersloot, lopende van de Gouw langs het Kleuten via een brug, de Balkbrug, naar de Dwarswaid, langs de
Walakker tot aan het Westeinde. Verder liep er nog een weg naar Almerdorp, de Almerdorperweg en een pad vanaf de Kraaiebuurt over
het Landje, de Hellewaid en het Galgenveld. Daar waar de Galghen stonden, naar de Twisker Noorderweg waar het rechtshuis van het
ambacht der Vier Noorder Koggen stond. Er zijn verder nog aanwijzingen dat uit de Tempel een pad naar de gemeenschappelijke
dorpsgronden op de Bullewaid en de Oude Stiek liep. De Brakeweg, die in 1661 werd aanbesteed gaf Medemblik een verbinding met
de Twisker Zuiderweg. Daarvoor was de zeedijk de enige verbinding met de rest van de wereld geweest. De aanleg van deze Poeleweg
was pas mogelijk geworden doordat in de jaren 1631/1632 de meertjes Braakpoel, Wijmers en Lichtewater waren drooggelegd. Een
eerder geplande weg langs de Vliet naar de Zwaagdijk is waarshcijnlijk nimmer gerealiseerd. De zogenaamde oude bozem tussen
de Zandweg en de Zeedijk werd in 1635 door het plaatsen van een watermoglen aan de Noorder Gouwesloot bij de Dijkgracht
tot bebouwbaar land gemaakt. Een tweede model heeft naar alle waarschijnlijkei9d aan de Noorder of Oudemolensloot bij de
Dijkgracht gestaan. Deze sloot verbond voor de aanleg van de Spoordijk het Sandeweg met de Dijkgracht. De Gouwesloot, doorsneed
in vroegere tijden de zogenaamde mient (dorpsweiden), het gemeenschappelijk weideland van de ga of Gouw, dat is het dorp.
De zogenaamde Keuningssloot vormde volgens oude kaarten een waterlozing van de Braak, die via de Oude Stiek, de Tempel, de
Kerkebuurt en de Mollengreppel een waterverbinding vormde met Almerdorp en het zogenaamde Koningsland. Tot aan het einde
van de 19e eeuw toen de spoorlijn Hoorn Medemblik, de verbinding van het dorp met de wereld bewerkstelligde, lag Opperdoes dus
zwaar geisloeerd. Enkele jaren later kreeg het dorp via de Laanweg, nu de Nieuweweg, een betere verbinding met Twisk en Hoorn.
Met de geboorte van de 20e eeuw kwam de verlossing uit een eeuwenlang isolement waarin de Opperdoezers hadden geleefd, zij het
dan niet op een eiland in het water maar temidden van meren en moerassen. Het is misschien ten gevolge van dit isolement dat de
autochtone geslachten van Opperdoes door een warnet van genealogische lijnen in alle denkbare combinaties aan elkaar verwant zjn geraakt,
een situatie die de clanmentaliteit, die de bewoners zozeer kenmerkt, mischien enigszins kan verklaren.
|